De Verenigde Verenigingen

Er blijft teveel zinvol (wetenschappelijk) onderzoek in de kast liggen van enkele ingewijden. Daarom geven we hier geregeld ruchtbaarheid aan onderzoeken die op één of andere manier relevant zijn voor (een deel van) het verenigingsleven. 


Middenveld / verenigingsleven: algemeen

De Sociale Staat van Vlaanderen 2009

Op welke manier neemt de Vlaming deel aan het maatschappelijke leven? Hoe verplaatst hij zich? Hoe woont en werkt hij? Hoe is het gesteld met het opleidingsniveau van de Vlaming? Kortom, wat is de leefsituatie van de Vlaming en hoe evolueerde deze de voorbije 25 jaar?
Op vraag van het Vlaams Parlement, coördineerde de Studiedienst van de Vlaamse Regering, in samenwerking met o.a. 'de Verenigde Verenigingen', een breed onderzoeksproject dat nu uitmondde in een eerste publicatie 'De Sociale Staat van Vlaanderen 2009'. De ambitie is om tweejaarlijks een dergelijke publicatie op te stellen die geldt als kwalitatief verlengstuk van de eerder kwalitatieve VRIND (Vlaamse Regionale Indicatoren). 
Klik hier om een gratis exemplaar te downloaden of te bestellen.

Verenigingen in België. Een kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de sector

Het gaat goed met het verenigingsleven in België. Dit is de conclusie uit de publicatie “Verenigingen in België. Een kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de sector” van de Koning Boudewijnstichting.

Kwantitatief blijkt dat de groei van het verenigingsleven tussen 2000 en 2004 groter was in verhouding tot de globale economische groei. Het stijgingspercentage van de tewerkstelling in de sector is tussen 1998 en 2005 meer dan tweemaal hoger in vergelijking met andere sectoren. Er zijn momenteel naar schatting 200000 verenigingen in België waarvan ongeveer de helft een vzwstructuur hebben. 17000 vzw's hebben betaald personeel in dienst. Die zijn samen goed voor 10% van de tewerkstelling in België en 4,6% van het bruto binnenlands product (bbp).

De kwalitatieve conclusies zijn gebaseerd op een bevraging van een 500-tal verenigingen door het HIVA en tonen een gelijkaardig beeld. Verenigingen zijn positief over zowel de werkgelegenheid in de sector, het aantal vrijwilligers in hun rangen, hun ledenaantal en hun financiële middelen. Over het werven van nieuwe vrijwilligers is er meer ongerustheid en verenigingen uit de culturele sector zijn financieel onzekerder.

Op de website van de Koning Boudewijnstichting kan je de publicatie gratis downloaden. Bestellen kan ook via 070 233 728 

Vrijwilligerswerk

Cijfers over vrijwilligerswerk op de rooster

Naar aanleiding van de ‘Dag van de Verenigingen’ van 24 november 2007 hebben onderzoekers van het HIVA in Leuven en het Centre d’économie Sociale in Luik getracht de bestaande cijfers en statistische bronnen met betrekking tot het vrijwilligerswerk te analyseren. Het onderzoek geeft een overzicht van de beschikbare kwantitatieve gegevens en biedt een klare kijk op het profiel van de vrijwilligers.
In 2008 zal de sociaaleconomische impact en meerwaarde van het verenigingsleven zowel kwantitatief als kwalitatief gepubliceerd worden. In 2005 werd dit al een eerste keer gerealiseerd. Toen maakten de onderzoekers een nauwkeurige omschrijving van de sector en analyseerden het sociaaleconomisch gewicht en zijn toegevoegde waarde voor de economie.
Voor deze tweede editie van de ‘barometer van het verenigingsleven’ wordt een bevraging gehouden bij 500 lokale verenigingen en feitelijke organisaties.
Je kan de publicatie en de samenvatting hier downloaden.

Nederlands trendrapport vrijwillige inzet 2008

De Erasmus Universiteit Rotterdam hield op 17 januari 2008 een onderzoeksbijeenkomst over ‘Vrijwilligerswerk in Nederland en Vlaanderen’. De publicatie ‘Lokaal onder de loep, Trendrapport vrijwillige inzet 2008’ werd er voorgesteld. De vrijwillige inzet stabiliseert, maar de verschijningsvorm is in beweging. De prognose tot 2015 laat een voorzichtig optimisme zien. Hierbij de voornaamste conclusies.

Vrijwillige inzet of vrijwilligerswerk?
Vrijwillige inzet is ruimer dan vrijwilligerswerk.
Vrijwillige inzet omvat naast vrijwilligerswerk ook zogenaamd ‘geleid vrijwilligerswerk’. De keuze hiervoor is niet altijd even vrij en ook het onbetaalde karakter van vrijwilligerswerk is niet altijd aanwezig. Geleid vrijwilligerswerk kan bijvoorbeeld een maatschappelijke stage, een taalstage, een onderdeel van een activerings- of inburgeringstraject zijn. De Nederlandse overheid heeft de neiging om vrijwillige inzet voor bepaalde groepen een min of meer verplichtend karakter te geven. Dit kan ook het geval zijn bij ondernemingen. Varianten bij dit werknemersvrijwilligersbeleid waarbij op een bepaalde manier een beloning wordt gegeven, zijn evenmin vreemd.
De publicatie waarschuwt voor overdreven aandacht voor deze nieuwe fenomenen: op zoek naar een pluim en geld van de overheid zouden organisaties het onbetaalde en uit eigen wil verrichte vrijwilligerswerk uit het oog kunnen verliezen.

Vrijwillige inzet stabiliseert
De vrijwillige inzet in Nederland stabiliseert. Prognoses tot 2015 laten evenwel een voorzichtig optimisme zien. Het aantal mensen dat vrijwilligerswerk doet, is stabiel. Het aantal uren dat een vrijwilliger presteert, neemt wel af. Mensen zijn ook steeds minder in verschillende organisaties tegelijk actief. De inzet van de leeftijdsgroep tussen 35 en 49 jaar zou tussen 1995 en 2005 gehalveerd zijn. 65-plussers besteden minder tijd aan vrijwilligerswerk, maar deze leeftijdscategorie zou in globo wel actiever worden. Een groeiende groep wordt pas na het verlaten van de betaalde arbeidsmarkt actief. 20% van de uittreders uit de arbeidsmarkt wordt op die manier alsnog vrijwilliger. Van de hoger opgeleiden is dat zelfs 29%.

Vrijwilligerswerk heeft een meer episodisch karakter gekregen, stellen de onderzoekers. Dit betekent dat organisaties steeds meer mensen verwelkomen en van steeds meer van vrijwilligers afscheid nemen. In 2006 zou een kwart van de vrijwilligers ‘nieuw’ zijn, dat wil zeggen dat zij in 2004 nog geen vrijwilligerswerk deden. Anderzijds was 18% van wie in 2004 vrijwilligerswerk deed, er in 2006 mee gestopt. Stabilisering betekent dus voor organisaties een permanente inspanning op het vlak van binnenhalen, begeleiden en behouden van vrijwilligers.

Toekomstprognoses voorspellen geen grote wijzigingen: de toenemende vergrijzing leidt mogelijk tot een lichte toename van het percentage vrijwilligers en de bestede tijd. Deze toename kan nog versterkt worden door een stijgend opleidingsniveau en een toenemende professionalisering van vrijwilligersorganisaties.

Zes trends op lokaal niveau
In een tweede deel worden zes trends voor het vrijwilligerswerk op het lokaal niveau overlopen: informatisering, regionalisering, vergrijzing, risicobeheersing, humanisering en polarisering.
Diversiteit in de zin van ‘inkleuring’, stelt het rapport, heeft op trendniveau vooral de betekenis van leeftijdsdiversiteit. In de betekenis van inkleuring is diversiteit echter een cruciaal aspect van álle trends. De publicatie kan je voor € 10 bestellen bij Movisie. Meer informatie vind je op hun website.

Participatie

Wie participeert niet?

De studiedienst van de Vlaamse Regering (SVR) onderzocht de participatie in een heel aantal domeinen, waaronder ook het verenigingsleven. De resultaten zijn gebundeld in de publicatie ’Wie participeert niet? Ongelijke deelname aan het maatschappelijk leven in verschillende domeinen’.
Het blijkt dat 50% van de bevolking deelneemt aan het verenigingsleven. Vrouwen participeren bijna 10% minder dan mannen, voornamelijk te wijten aan de lagere participatie van vrouwen aan populaire sportverenigingen. Laag opgeleiden participeren bijna 25% minder aan het verenigingsleven dan hoog opgeleiden. Ook bij de inzet voor ‘onbetaald vrijwilligerswerk’ is de participatie recht evenredig met het opleidingsniveau. Dit is overigens bij alle andere onderzochte domeinen het geval…

Op de site van SVR kan je het rapport downloaden.

Werkgroep participatie

Vlaams Minister van Stedenbeleid Marino Keulen installeerde in het kader van de doelstellingen in zijn beleidsbrief ‘Stedenbeleid’, een werkgroep ‘participatie’. Doelstellingen zijn de competenties inzake participatief bestuur van lokale besturen te versterken en vervolgens beleidsaanbevelingen hieromtrent te formuleren.
Aan de orde zijn vragen zoals: welke participatieve praktijken zijn in ontwikkeling en welk bereik hebben zij? Wat zijn ervaringen/effecten van wijkwerking en stadsgesprekken? Kunnen we in Vlaanderen leren van de ervaringen in het buitenland en kunnen de steden binnen Vlaanderen leren van elkaar? Hoe kunnen burgers bereikt worden die tot nu toe nergens participeren?
Op basis van hun bevindingen kunnen beleidsaanbevelingen worden geformuleerd zowel naar de steden, naar het middenveld als naar de Vlaamse overheid en de burgers. Hoe kan de Vlaamse overheid de participatieagenda realiseren/faciliteren? Wat is de agenda voor het debat over participatie in de steden voor de volgende jaren? Hoe kan het burgerinitiatief gestimuleerd worden?
Deze doelstellingen leunen inhoudelijk nauw aan bij de doelstellingen van het SBOV-project ‘burgerparticipatie in Vlaamse steden’. De bevindingen van de werkgroep zullen dan ook een input vormen voor dat lopende project.
Meer info op http://www.steunpuntbov.be/

Cijfermateriaal

VRIND 2009VRIND 2009

Het VRIND-rapport 2009 bundelt aan de hand van indicatoren veel cijfergegevens over de verschillende bevoegdheidsdomeinen van de Vlaamse overheid. Bij aanvang van de legislatuur wordt telkens gezocht naar indicatoren die het best het vooropgezette beleid en de mogelijke effecten ervan in beeld kunnen brengen. De beleidsraden – waar de minister en zijn administratie samen zitten – leggen die indicatorenset jaarlijks vast. Waar mogelijk worden de cijfers vergeleken met internationale cijfers. Een interessante bron voor beleidsmensen in verenigingen!
Download of bestel hier de publicatie.

Vlaanderen Gepeild 2007

Op de studiedag ‘Vlaanderen Gepeild 2007’ werden heel wat onderzoeksresultaten gepresenteerd. Altijd beleidsrelevant, maar hier en daar ook heel relevant voor verenigingen. Zo levert het onderzoek van Caroline Gijselinckx en Maxime Loose (beide verbonden aan het HIVA) interessant cijfermateriaal over hoeveel mensen op welke manier waaraan participeren. Wil je daarbij weten of ook het verenigingsleven stilaan aan het vergrijzen is, dan is deze presentatie interessant. Alle presentaties van de studiedag zijn te downloaden op http://aps.vlaanderen.be/

 


 
Terug naar boven