Het Grondwettelijk Hof vernietigt de 'vrijwillige' gemeenschapsdienst

verplichte gemeenschapsdienstOCMW's mochten sinds vorig jaar van leefloners vragen - en eens de leefloner hiermee akkoord ging: eisen - dat ze een tegenprestatie leverden in de vorm van gemeenschapsdienst. Dat was het gevolg van de wens van de federale regering om gemeenschapsdienst als voorwaarde te stellen voor erkenning van het leefloon. Het Grondwettelijk Hof fluit de regering nu echter terug.

Volgens het Hof werd de gemeenschapsdienst foutief voorgesteld als een variant op vrijwilligerswerk. Want ook al bestaat een gemeenschapsdienst uit activiteiten die strikt genomen op vrijwillige basis worden uitgevoerd, kan er volgens het Hof niet van worden uitgegaan dat de activiteiten een 'onverplicht' karakter hebben. De gemeenschapsdienst werd namelijk geïntegreerd in het GPMI (Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie) van de leefloner, wat betekende dat deze kon worden gesanctioneerd als de verplichtingen die in dat contract vermeld stonden niet werden nageleefd. De gemeenschapsdienst werd m.a.w. een dwingende voorwaarde voor het krijgen van het leefloon - en kon dus bezwaarlijk nog vrijwilligerswerk genoemd worden. 

Omdat de gemeenschapsdienst dus vooral kenmerken van bezoldigde arbeid vertoonde, overtrad de federale regering haar bevoegdheid: enkel de gewesten zijn bevoegd voor de tewerkstelling van personen met het recht op maatschappelijke integratie. De 'vrijwillige' gemeenschapsdienst kan bijgevolg niet langer gebruikt worden door OCMW's als voorwaarde voor erkenning van het leefloon, en de vernietigde wet wordt geacht nooit te hebben bestaan.

'de Verenigde Verenigingen' is bijzonder tevreden met deze uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Als netwerk van de Vlaamse verenigingssectoren hebben we altijd ernstige vraagtekens geplaatst bij de wenselijkheid, zinvolheid en het nut van gemeenschapsdienst als brug tussen werkloosheid en de reactivatie op de arbeidsmarkt. Want gedwongen vrijwilligerswerk is géén vrijwilligerswerk. We hopen dat de Vlaamse en federale beleidsmakers deze gegronde bezwaren vanaf nu ter harte zullen nemen.