De verenigingssectoren aanvaardden in augustus een besparing volgens het zogenaamde ‘kaasschaafprincipe’: een gelijkmatige besparing van 2% op de reguliere subsidies en 5 % op de projectmiddelen. In bilateraal overleg met de eigen vakminister zouden de sectoren constructieve voorstellen mogen doen zodat er minstens aan een toekomstperspectief kon worden gewerkt. En toen bleef het stil. Erg stil.
Geen enkel kabinet bracht de eigen sector(en) duidelijk en tijdig op de hoogte van hun negatieve financiële situatie, laat staan dat er een open overleg was. Daarom komt deze begroting des te kouder en harder aan.
De hardste klappen vallen in de milieu- en socio-culturele sector. Zo moeten de volkshogescholen het voortaan met maar liefst een kwart minder doen. Ook bewegingen en verenigingen leveren fors in - hier en daar zelfs tot 30% van de middelen - en schakelen noodgedwongen over op een overlevingsstrategie. De milieubeweging levert globaal 7% van zijn subsidies in. Lokale jeugdverenigingen krijgen plots 10% minder subsidies uitbetaald dan voorzien, de ontwikkeling van migrantenfederaties wordt koudweg gefnuikt, enz.
Experiment en innovatie? Het zal niet voor de komende jaren zijn. Dit is nefast voor het verenigingsleven in Vlaanderen. De Vlaamse Regering ondergraaft zo de warme samenleving die ze zegt te promoten.
Vormingplus moet kwart inleveren
Bond Beter Leefmilieu in het Vlaams Parlement
Regering mildert besparingen bij milieubeweging
