Verslag ronde tafelgesprekkken (ENG)
Keynote speech Ann Demeulemeester, Voorzitter van 'de Verenigde Verenigingen' over de uitdagingen voor het middenveld in 2012:
"Welkom,
Goedemiddag en welkom in dit lage energiehuis van de Bond Beter Leefmilieu. Energie en middenveld, het past ook bij elkaar. Ik gebruik graag het beeld van het maatschappelijke middenveld als motor, energiemaker, aanvoerder van sociale krachten op basis van schone energie. Want zoals jullie weten is niet alle sociale energie schoon, schoon in de betekenis van constructief.
Vandaag de dag zien we overal in Europa populisme, nationalisme, conservatisme, intolerantie en religieus en etnisch fanatisme in grote getale opduiken. Deze -ismen, deze meningen en tendensen zitten diepgeworteld in de buik bij veel Europeanen en daardoor soms in het maatschappelijke middenveld. Je hoort het tijdens vergaderingen, kan het lezen op het internet en via verschillende sociale media. Dit is niet alleen het geval bij rechtse organisaties, maar komt ook voor in discussies van sociale organisaties zoals vakbonden en gezondheidszorgorganisaties of socio-culturele verenigingen voor jongeren, senioren of vrouwen.
De maatschappelijke middenveldorganisaties vertegenwoordigen natuurlijk verschillende standpunten en sociale tendensen. Aangezien zij de democratie belichamen, is het een goede zaak dat we er deze verscheidenheid aan opinies in terugvinden. Desalniettemin is het toch verontrustend dat de ideeën van gelijkheid, solidariteit, duurzaamheid, sociale cohesie en diversiteit geen opgang maken in het Europa van de 21e eeuw.
Hoofddoel van onze missie met ‘de Verenigde Verenigingen’ is om de principes van een eerlijke en rechtvaardige Europese gemeenschap te versterken en te verbreden. Voor ons - en ik mag hopen voor jullie allemaal – impliceert dit de keuze voor gelijkheid, duurzaamheid, sociale cohesie, diversiteit en uiteraard democratie. Democratie … dat ouderwetse principe dat je alleen nog maar kan terugvinden in de Europese tweedehandswinkel mocht je onze Europese leiders bezig horen.
Laten we eerst en vooral over de uitdagingen praten, en daarna kijken naar hoe we deze in Vlaanderen proberen aan te pakken.
De uitdagingen
1. Lange termijnperspectief
We hebben nood aan een perspectief, een lange termijn perspectief.
De crisis is een systeemcrisis waarbij het voortbestaan van de aarde in gevaar is, in de eerste plaats op ecologisch vlak. Daarnaast is er ook de financiële en economische crisis. Tien jaar geleden dachten de wereldleiders dat globalisatie alle wereldproblemen zou oplossen, nu kwamen ze in Davos zelfs tot de vaststelling dat ‘something is rotten in the State of Denmark’ en dus niet alleen Griekenland richting afgrond schuift.
We hebben geen nood aan krakkemikkige onderhoudswerken van onze politici, want zij worden gegijzeld door het korte termijn denken dat alweer gericht staat op de volgende verkiezingen. We hebben nood aan nieuwe sociale, economische en ecologische modellen. Niet bedacht door denktanks of experts achter gesloten deuren, maar openlijk bediscussieerd door een breed sociaal draagvlak, gevoed en gedragen door ervaringen uit de realiteit.
De missie is transitie: verander het systeem, vind nieuwe oplossingen en nieuwe allianties tussen verschillende belanghebbenden en nieuwe strategieën. De missie is sociale innovatie: we moeten onszelf durven heruitvinden.
Het maatschappelijk middenveld is iets vloeibaars en in constante verandering. Nieuwe initiatieven en organisaties steken de kop op en nieuwe media zijn in staat om instant grote groepen te mobiliseren. Jongeren vinden hun eigen manieren om hun mening te uiten. Maar dat wil niet zeggen dat de bestaande middenveldorganisaties overbodig zijn en zullen verdwijnen. Ze hebben sterke tradities en gevestigde structuren, zijn soms heel professioneel. Heel belangrijk ook: ze bereiken nog steeds duizenden mensen. Dat wil evenwel niet zeggen dat ze geen innovatie of verandering nodig hebben.
In Vlaanderen hebben we geprobeerd om te werken met lange termijn perspectieven en ik denk dat we enkele belangrijke zaken verworven hebben. Dat succes werd onder andere bewerkstelligd door nieuwe samenwerkingsverbanden.
Er werd overeengekomen om te werken aan een overeenkomst over de doelstellingen voor Vlaanderen in 2020. Bij de start werd vooral gefocust op het economische aspect, maar we zijn erin geslaagd deze visie te verbreden naar een meer sociaal en cultureel concept. Het ‘Toekomstplan voor Vlaanderen- Pact 2020’ is gebalanceerd, met concrete objectieven tegen armoede, voor gelijke kansen, het milieu, de ontwikkeling van steden, het welzijn, eigenlijk voor alle facetten die belangrijk zijn in het leven. We discussieerden over de sleutelindicatoren met de administratie, met experts, met de politici en verschillende belangengroepen. We zijn betrokken bij de meting van de resultaten en de bench-marking, wat we beschouwen als een belangrijke instrument in het bekritiseren en maken van beleid.
Dit proces kwam niet uit het niets maar was het resultaat van een andere strategie, namelijk de strategie van het partnerschap, co-creatie en coproductie met de regering. In 2002, het jaar van ons ontstaan, was er een soort van koude oorlog tussen de Vlaamse regering en het Vlaamse middenveld. Participatie was een last voor de regering die “het primaat van de politiek” uitriep. Ze wilden af van de invloed van maatschappelijke middenveldorganisaties. Ze wilden directe democratie, direct contact met de burgers (met referenda en dergelijke). Uiteindelijk slaagden we erin hen te overtuigen dat het geen goed idee was om de structurele samenwerking met middenveldorganisaties links te laten liggen. Dit resulteerde in een Charter tussen het Vlaamse middenveld en de Vlaamse regering: een eerder symbolisch, maar toch belangrijk document van samenwerking. Dit partnerschap wil natuurlijk niet zeggen dat we onze kritische rol moeten laten varen. Dit staat zelfs expliciet vermeld in het Charter.
Op dit moment praten we met hen over de mogelijkheden van sociale innovatie, aangezien dit een belangrijk onderwerp is op Europees niveau (Horizon 2020, in het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling), alsook voor ons, het Vlaamse middenveld.
Maar samenwerkingsverbanden en co-creatie brengen andere vragen met zich mee. De laatste drie jaar werden we geconfronteerd met een nogal paradoxale situatie. Sommige autoriteiten hebben een heel instrumentele manier van werken als het op middenveldorganisaties aankomt, waarbij het middenveld gereduceerd werd tot uitvoerder van het beleid. Zo werden bijvoorbeeld migrantenorganisaties, door hervormingen opgelegd door de minister, gereduceerd tot een instrument van integratie en aanpassing. Zo worden ook armoedeorganisaties niet aanzien als vakbonden van de armen, maar eerder als leveranciers van welzijnsdiensten.
2. Privatisering, commercialisering en regulering.
De positie van verenigingen is aan het veranderen door de toenemende mate van privatisering en commercialisering op zowel Europees als de nationale niveaus. Het actuele dossier van de openbare aanbestedingen toont dit aan. De principes van de zogenaamde vrije markt reguleren ook middenveldorganisaties. Het resultaat daarvan is alleen maar overregulering in plaats van vrijheid. Vrijwilligers moeten vandaag de dag experts zijn in wetgeving rond verzekeringen, openbare aanbestedingen, copyright, veiligheidsvoorschriften en dergelijke meer. Jongeren moeten de regels kennen vooraleer ze het bos in mogen om te spelen, in groep fietsen, een kampvuur maken en pannenkoeken bakken en verkopen om geld in te zamelen.
Wat is er toch aan de hand, waarom moet alles gereguleerd en ‘gemanaged’ worden? Nu discussiëren publieke overheden niet over de manieren van inspraak en participatie, maar zetten ze regels op over het “managen van de belanghebbenden”, wat een verandering in perspectief! De rol van het middenveld - belanghebbenden bij uitstek – verandert van participatieve ‘onderwerpen’ tot passieve ‘objecten’ van management, controle en meetbaarheid.
De vraag naar meer professionalisering en een sterker bestuur in verenigingen stijgt. Deze vragen komen van de overheden, sponsors en fondsverstrekkers. We zitten dus met meer vraag, meer competitie tussen de verenigingen onderling, maar met steeds kleiner wordende budgetten. In Vlaanderen verloren we door besparingsmaatregelen 5% van onze overheidssubsidies. Binnen enkele weken komt er een nieuwe ronde van besparingsmaatregelen, maar dit keer worden we hopelijk niet getroffen.
De adviesraden en hun werking zijn een last voor de autoriteiten in Vlaanderen. Het beleidsproces is complex: multi-level, met zwakke overheden, overactieve media en perceptie gevoelige politici,… Er is weinig plaats voor transparantie en echte democratie. Het is zoals onderhandelen op een markt. De belangrijkste manier om te beïnvloeden is door te lobbyen. Een belangrijk slachtoffer daarvan is de sociale dialoog tussen de sociale partners (vakbonden en werkgeversorganisaties) en de overheid. Maar ook de strategische adviesraden verliezen aan invloed door deze veranderende manier van beleidvoeren.
Maar ook op het lokaal niveau is participatie niet langer een evidentie. In oktober zijn er lokale verkiezingen. Een van de actuele onderwerpen is het afschaffen van de adviesraden. Enerzijds kan er wel gediscussieerd worden over de kwaliteit en efficiëntie van veel van die lokale adviesraden, maar anderzijds ligt de oorzaak van dat slecht functioneren bij het mismanagement van de vele jaren voordien.
Daarbovenop zijn er ook steeds meer conflicten tussen burgers en de lokale besturen. Met elk nieuw plan voor de bouw van een weg, een centrale, kinderdagverblijven of scholen, rijzen telkens nieuwe protesten. We hebben echt nood aan inspraak en dialoog, betrokkenheid en participatieve methoden indien we een sociaal draagvlak willen creëren. Met ‘de Verenigde Verenigingen’ doen we zware inspanningen om het klimaat te veranderen en lokale belanghebbenden, verenigingen en lokale overheden te inspireren om het anders te doen, om te innoveren in participatie.
3. Tweerichtingsverkeer
Het lokale niveau is heel belangrijk, maar zoals jullie weten zijn we hier samengekomen om het Europese niveau te bespreken. De impact van Europa op het lokale niveau wordt steeds groter. Dat is ook het geval voor de invloed die Europa heeft op middenveldorganisaties. Maar we weigeren dit te aanzien als een eenrichtingsverkeer. We spreken liever van tweerichtingsverkeer. We moeten het Europese beleid mee helpen vormen en beïnvloeden en discussiëren met de Europese autoriteiten. Een goede reden voor ‘de Verenigde Verenigingen’ om de Vlaamse verenigingen daarin te versterken. En een belangrijke reden om dit seminarie te organiseren. Dus, eigenlijk zien we onszelf als de sociale lijm -de ‘pattex’- van Europa. Omdat Europa dat nodig heeft."
Ann Demeulemeester



