Naar aanleiding van het voorstel van de FOD Financiën om vzw's algemeen aan de vennootschapsbelasting te onderwerpen, schreef de Verenigde Verenigingen een opiniestuk.foto scouts

De opinie verscheen op woensdag 23 september in DS

Een begroting kan op papier verbeteren terwijl de samenleving erop achteruitgaat. Wanneer een jeugdvereniging haar lidgeld moet verhogen, een sociaal initiatief minder mensen kan ondersteunen of een culturele vereniging activiteiten moet schrappen, is dat verlies nergens als begrotingspost terug te vinden. Toch betalen mensen en maatschappij er een prijs voor. Dat moet het vertrekpunt zijn van het debat over een voorstel van de FOD Financiën om instellingen zonder winstoogmerk (VZW’s, IVZW’s, Stichtingen) algemeen aan de vennootschapsbelasting te onderwerpen. Want een samenleving die haar verenigingsleven verzwakt, dreigt meer te verliezen dan ze fiscaal wint.

Elke dag zetten vrijwilligers en medewerkers zich in voor sportclubs, jeugdverenigingen, culturele verenigingen, zorgorganisaties, milieuverenigingen en sociale initiatieven. Ze brengen mensen samen, ondersteunen wie het moeilijk heeft en maken activiteiten toegankelijk die anders voor velen buiten bereik zouden blijven. Ze zorgen bovendien voor ontmoeting, vertrouwen en verbondenheid: zaken die moeilijk meetbaar zijn, maar onmisbaar voor een weerbare samenleving.

Vaak doen ze dat vanuit een vzw. Die rechtsvorm is geen bijkomstigheid: ze verankert dat de middelen een (economisch) belangeloos doel dienen.

Daar ligt ook een wezenlijk verschil met commerciële ondernemingen. Een vzw kan economische activiteiten uitoefenen en een overschot boeken. Maar ze mag dat overschot niet als winst uitkeren aan leden of bestuurders. Het blijft bestemd voor haar belangeloos doel. Een bedrijf kan zijn winst eveneens herinvesteren, maar kan ook aandeelhouders vergoeden. Dat verschil in bestemming verdient een centrale plaats in het fiscale en politieke debat.

Verenigingen hebben die inkomsten ook nodig. Ze krijgen al jaren de boodschap dat ze minder afhankelijk moeten worden van subsidies. Dat doen ze ook. Vrijwilligers organiseren spaghettiavonden en benefieten. Medewerkers zetten fondsenwerving op en zoeken partners. Louter voor the fun? Neen, gewoon om huur en lonen te betalen, deelname betaalbaar te houden en nieuwe initiatieven mogelijk te maken. Het zou weinig samenhangend beleid zijn om die inspanningen aan te moedigen en tegelijk de inkomsten die eruit voortkomen zwaarder te belasten, zonder rekening te houden met hun maatschappelijke bestemming.

Geef verenigingen een fiscaal kader dat hun maatschappelijke opdracht versterkt

Het debat gaat dus niet over de vraag of vzw’s belastingen willen betalen. Dat doen ze vandaag al. Afhankelijk van hun situatie betalen ze onder meer rechtspersonenbelasting, patrimoniumtaks, btw en roerende of onroerende voorheffing. De vraag is welk fiscaal kader recht doet aan hun opdracht en aan de grote verschillen binnen non-profitorganisaties.

Een algemene omschakeling naar de vennootschapsbelasting doet onrecht aan die verschillen. Inkomsten belasten kan bij organisaties middelen wegnemen die voor hun belangeloos doel, en dus voor de samenleving, noodzakelijk zijn. Elke euro die een vereniging opzijzet, is geen winst van gisteren maar een project, een renovatie of een werking van morgen, zeker ook voor mensen die door de mazen van de commerciële markten dreigen te donderen.

Voor kleine verenigingen kunnen complexere administratie en bijkomende aangifteverplichtingen zwaar wegen. Dat raakt rechtstreeks aan de inzet waarop het verenigingsleven steunt. Wie ’s avonds de boekhouding van een vereniging bijhoudt, moet die verantwoordelijkheid kunnen blijven opnemen. Wie professioneel vrijwilligers ondersteunt, moet daar voldoende tijd voor overhouden. Engagement groeit uit overtuiging, maar het bloeit alleen in een omgeving die ruimte geeft om het vol te houden.

De verscheidenheid aan organisaties vraagt om een helder, proportioneel en rechtszeker fiscaal kader, met aandacht voor hun activiteiten en de bestemming van hun middelen. Daarom vragen we de regering om deze hervorming niet onder tijdsdruk van de begrotingsbesprekingen door te voeren. Ga erover in overleg met de non-profitsector om ondoordacht beleidswerk met tal van ongewenste maatschappelijke effecten te vermijden.

De regering zoekt middelen om de begroting op orde te brengen. Dat begrijpen we. Maar een zorgvuldige afweging kijkt ook naar wat een maatregel de samenleving kost. Wie middelen onttrekt aan verenigingen, moet ook rekening houden met de impact op zorg, cultuur, ontmoeting en solidariteit. Hun waarde reikt verder dan de uitgaven die ze de overheid helpen besparen. Een samenleving die haar verenigingsleven verzwakt, dreigt meer te verliezen dan ze fiscaal wint.

Want waar mensen zich verenigen, ontstaat meer dan activiteit alleen. Er ontstaat gemeenschap. En dat vinden we, zeker vandaag, ook wel de moeite, niet?